De kracht van een dimensionale aanpak
Samenvatting
Het traditionele, categoriale model uit sectie II van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) beschouwt persoonlijkheidsstoornissen als afzonderlijke klinische syndromen, wat de realiteit met hoge comorbiditeit en heterogeniteit niet weerspiegelt. Bovendien zijn de categoriale criteria onvoldoende afgestemd op de leef- en belevingswereld van ouderen. Het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPS) uit sectie III brengt als dimensionale benadering de ernst en de aard van persoonlijkheidspathologie verfijnder en meer genuanceerd in kaart. Daarbij worden leeftijdsneutrale en bij ouderen empirisch ondersteunde instrumenten gebruikt zoals de Level of Personality Functioning-Brief Form 2.0 (LPFS-BF 2.0), de Personality Inventory for DSM-5-Brief Form + Modified (PID-5-BF+M) en het Semigestructureerd Interview voor Persoonlijkheidsfunctioneren DSM-5 (STiP-5.1). Deze klinische les, met een casus van een 70-jarige vrouw, laat de kracht van deze dimensionele aanpak zien. Op basis van diagnostiek volgens het AMPS worden beperkingen in het persoonlijkheidsfunctioneren zichtbaar die bij diagnostiek volgens het traditionele, categoriale model onopgemerkt blijven.
Trefwoorden: persoonlijkheidsstoornissen, ouderen, psychodiagnostiek, psychopathologie, behandeling