Evaluatie van de implementatie na de GRIP-training
Achtergrond: De ‘GRIP op probleemgedrag’-interventie biedt handvatten voor methodisch en multidisciplinair omgaan met probleemgedrag bij dementie. In dit artikel evalueren we het GRIP-implementatiepakket op de daadwerkelijke implementatie in de praktijk.
Doel: Dit artikel gaat na hoe de implementatie van GRIP in de praktijk is verlopen, wat bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie waren, en welke invloed GRIP had op probleemgedrag.
Methode: Vragenlijstonderzoek bij vertegenwoordigers van twaalf zorgorganisaties die de GRIP-train-de-trainercursus hadden gevolgd en diepte-interviews bij vier van hen. Dataverzameling omvatte de implementatie, beïnvloedende factoren en geschatte effecten.
Resultaten: In elf van de twaalf organisaties was gestart met de implementatie van GRIP, waarvan één organisatie er na een pilot mee gestopt was. De mate van implementatie varieerde. Er werden verschillende beïnvloedende factoren gevonden in de voorbereiding en de uitvoering van GRIP. Er werden positieve veranderingen genoemd na implementatie, zoals minder escalaties van probleemgedrag en minder vraag om psychofarmaca.
Conclusie: Het bleek haalbaar om GRIP te implementeren. De resultaten kunnen andere zorgorganisaties helpen een geschikte strategie te ontwikkelen voor implementatie binnen hun eigen instelling.
Trefwoorden: dementie, probleemgedrag, implementatie, GRIP
Inleiding
Bij mensen met dementie die in een instelling wonen, komt wat wij ‘probleemgedrag’ noemen vaak voor, namelijk bij meer dan 80% (Selbæk e.a., 2013). In de richtlijn ‘probleemgedrag bij dementie’ wordt dit omschreven als “alle gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon met dementie of voor mensen in zijn of haar omgeving” (Zuidema e.a., 2018). De richtlijn adviseert om bij probleemgedrag methodisch en multidisciplinair te werken. De ‘GRIP op probleemgedrag’-interventie is ontwikkeld om hier handvatten voor te bieden (Zwijsen e.a., 2014a). In deze interventie bestaat het methodisch werken bij de aanpak van probleemgedrag uit vier stappen: signaleren, analyseren, behandelen en evalueren. Ook zijn minimaal de volgende disciplines betrokken: verzorgenden/verpleegkundigen, psychologen en artsen/verpleegkundig specialisten. Er bestaan ook andere interventies voor het omgaan met probleemgedrag, zoals de ABC-methode (Schreur, 2016), ‘Sta op!’ (Pieper e.a., 2016) en ‘Stip’ (Verstraeten e.a., 2022).
In dit artikel richten we ons op ‘GRIP op probleemgedrag’. De term probleemgedrag staat ter discussie vanwege de onuitgesproken suggestie dat mensen met dementie ‘een probleem’ zouden zijn. Dat wordt echter niet bedoeld met deze term. Volgens de door ons gehanteerde definitie van probleemgedrag gaat het om “alle gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon met dementie of voor mensen in zijn of haar omgeving” (Zuidema e.a., 2018). De term probleemgedrag doet een appel om in actie te komen en te proberen de lijdensdruk te verminderen. Dit appel voelen wij ook bij de neutralere term signaalgedrag, zie ook Kok e.a. (2023). Bij andere regelmatig gebruikte termen als veranderend gedrag of onbegrepen gedrag zijn eveneens kanttekeningen te plaatsen omdat er bij veranderend gedrag geen lijdensdruk hoeft te zijn en er wellicht geen actie nodig is, of omdat we het gedrag soms wel begrijpen maar niet goed weten hoe we ermee moeten omgaan. In dit artikel hanteren we de term probleemgedrag vanwege het genoemde appel om te interveniëren en omdat de interventie ‘GRIP op probleemgedrag’ heet, vanaf hier GRIP genoemd.
Onderzoek heeft getoond dat GRIP resulteert in minder probleemgedrag en gebruik van psychofarmaca (Zwijsen e.a., 2014c) en meer werktevredenheid van zorgpersoneel (Zwijsen e.a., 2015). GRIP is erkend als goed onderbouwde en effectieve interventie door de erkenningscommissie Interventies voor de langdurende zorg (https://www.databankinterventies.nl/interventies/interventie-grip-op-probleemgedrag-bij-bewoners-met-dementie). Hoe beter GRIP was geïmplementeerd, des te groter was de afname van probleemgedrag (Zwijsen e.a., 2014b). Daarom werd voor GRIP een implementatiepakket ontwikkeld dat zorgprofessionals informatie geeft over de achtergrond van probleemgedrag, de interventie zelf en dat daarnaast ook praktische handvatten biedt om GRIP in de eigen organisatie te implementeren. Het pakket bestaat onder andere uit een train-de-trainer cursus, een werkboek en (oefen/hulp)materialen.
In dit artikel gaan we in op onderzoek naar dit implementatiepakket. We bespreken hoe de implementatie van GRIP in de praktijk is verlopen, wat bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie waren, en welke invloed GRIP had op probleemgedrag.