Correct antwoord: A
Op p. 64 van het artikel schrijven de auteurs de aanbeveling dat ‘bei neu aufgetretenen, wesensuntypischen Persönlichkeitsveränderungen jenseits des 50. Lebensjahres eine neurodegenerative Genese ins Kalkül gezogen werden sollte’.
Wat de opties B en C betreft: op p. 63 noemen de auteurs drie gevolgen van met name de neurodegeneratieve aandoening frontotemporale dementie, die samenhangen met een verhoogd risico op delinquent gedrag: verandering in sociale cognitie, impulscontrole en empathie. Op p. 64 betogen de auteurs dat sociale cognitie in een veel eerder stadium van de aandoening kan worden aangetast dan executieve of geheugenfuncties. Daarmee zijn verandering van doelgericht handelen en geheugen minder geassocieerd met frontotemporale dementie. Dergelijke veranderingen passen eerder bij een Alzheimerdementie, waarvan de cognitieve symptomen in zeer uitzonderlijke gevallen een risicofactor kunnen vormen voor delicten van financiële aard of bij deelname in het verkeer (p. 64-65). De ernst van de cognitieve stoornis zal het juridisch oordeel over toerekeningsvatbaarheid beïnvloeden.