Ga naar de inhoud

Vergrijzing in het forensische domein: ouderencriminaliteit, detentie en tbs in Nederland

Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat het Nederlandse onderzoeksjournalistieke televisieprogramma Zembla een uitzending uitbracht getiteld Bejaarden op dievenpad (2007). Er werd een relatief onzichtbaar maatschappelijk fenomeen aan de kaak gesteld, namelijk de groei van criminaliteit onder ouderen, met name onder zogenoemde first-time offenders. In de reportage werd zichtbaar dat steeds meer 65-plussers voor het eerst in aanraking komen met politie en justitie. Ter illustratie van prototypische delicten werden exemplarische casussen aangestipt aan de hand van krantenkoppen uit relevante nieuwsartikelen: ‘bejaarde man pikt vele liters port’, ‘bejaarde dames slaan erop los’, ‘senioren in de cel na vechtpartij’, ‘drugsdealer (76) krijgt werkstraf’ en ‘vrouw (64) gepakt met 13,5 kilo coke’.

Aan de hand van cijfers en interviews met het Openbaar Ministerie en deskundigen werd duidelijk dat deze stijging niet alleen demografisch te verklaren was. Het Openbaar Ministerie signaleerde een forse stijging van het aantal oudere verdachten, van circa 2400 eind jaren negentig naar ongeveer 5500 in 2007, een groei die relatief groter was dan de algemene toename van criminaliteit. Hoewel ouderen slechts een klein deel van alle verdachten vormen, bleek hun aandeel procentueel snel te stijgen.

De uitzending liet zien dat ouderencriminaliteit vaak samenhangt met complexe problematiek, zoals cognitieve achteruitgang, psychische aandoeningen en sociale kwetsbaarheid, terwijl het strafrecht hier nauwelijks op is toegerust. De geïnterviewde deskundigen betwijfelden daarom de effectiviteit en proportionaliteit van reguliere straffen voor (zeer) oude daders. Zembla verkende de noodzaak van maatwerk en alternatieve benaderingen binnen het strafrecht. Daarbij werd een spanningsveld geschetst tussen vergelding, maatschappelijke veiligheid en passende zorg. De reportage concludeerde dat ouderencriminaliteit een groeiend maar nog onvoldoende doordacht vraagstuk is binnen justitie en de zorgsector. In een beschouwend artikel formuleren Van Alphen en Oei (2008) verschillende hypothesen die mogelijke verklaringen bieden voor het plegen van een delict door first-time offenders van zestig jaar en ouder. Deze hypothesen verwijzen onder meer naar psychiatrische problematiek, al dan niet in combinatie met verslavingsproblematiek of neurodegeneratieve aandoeningen. Daarnaast worden sociaaleconomische motieven genoemd, zoals financiële problemen, verlies van inkomen na pensionering of schuldenproblematiek, die kunnen bijdragen aan het ontstaan van strafbaar gedrag. Ook wijzen de auteurs op juridische factoren, waaronder procesmatige veranderingen binnen het Openbaar Ministerie. Hierbij kan worden gedacht aan wijzigingen in opsporings- en vervolgingsbeleid, waardoor bepaalde gedragingen eerder of vaker strafrechtelijk worden vervolgd dan voorheen, wat kan bijdragen aan een toename van geregistreerde first-time offenders onder ouderen. Tot slot bespreken de auteurs psychosociale verklaringen, waarbij bijvoorbeeld wordt gewezen op toenemende eenzaamheid en andere veranderingen die samenhangen met de latere levensfasen. De auteurs benadrukken dat dit forensisch terrein nog weinig onderzocht is en pleiten voor meer aandacht van beleid en wetenschap voor oudere delinquenten en hun specifieke problematiek.

Procureur-Generaal Harm Brouwer, die tevens werd geïnterviewd in de genoemde Zembla-uitzending, initieerde samen met het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie en met Bureau Beke een verkennend onderzoek in Nederland naar ouderencriminaliteit. Dit onderzoek, getiteld Seniorencriminaliteit (2009), onder redactie van Miranda van Turennout en Toon van der Heijden, liet zien dat het aantal ouderen dat met het strafrecht in aanraking komt weliswaar is toegenomen, maar dat seniorencriminaliteit in absolute en relatieve zin een beperkt fenomeen blijft. Slechts een klein deel van de 65-plussers wordt als verdachte geregistreerd en hun aandeel binnen de totale criminaliteit is gering. De geconstateerde stijging wordt volgens de auteurs grotendeels verklaard door demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing, en door veranderingen in registratie en opsporing, en niet door een fundamentele toename van crimineel gedrag onder ouderen. Oudere verdachten blijken vooral betrokken bij verkeersdelicten, gevolgd door gewelds- en vermogensdelicten, waarbij de aantallen aanzienlijk lager liggen dan bij jongere leeftijdsgroepen. Het onderzoek concludeert dat het bestaande strafrechtelijke instrumentarium in principe toereikend is om rekening te houden met leeftijdgerelateerde beperkingen en dat er op dat moment geen sterke empirische of neurowetenschappelijke onderbouwing was voor de invoering van een apart seniorenstrafrecht.

Eind 2022 verscheen er vanuit de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) opnieuw een rapport over vergrijzing in detentie. In dat rapport wordt geconcludeerd dat door de vergrijzing ook het aantal oudere gedetineerden toeneemt, terwijl het gevangeniswezen hier niet structureel op is ingericht. Oudere gedetineerden hebben vaker gezondheidsproblemen, zorgbehoeften en lopen risico op onveiligheid. De RSJ adviseert daarom om specifiek beleid voor ouderen in detentie te ontwikkelen. Daarbij hoort dat detentie bij oudere verdachten kritisch wordt afgewogen en waar mogelijk wordt vervangen door alternatieven. Voor kwetsbare ouderen zijn kleinschalige afdelingen wenselijk, met meer toezicht en bescherming. Daarnaast zijn extra (geriatrische) zorg, ondersteuning bij dagelijkse handelingen, bouwkundige aanpassingen en een betere toegankelijkheid van penitentiaire inrichtingen nodig. Ook vraagt de re-integratie van oudere gedetineerden extra aandacht vanwege digitale achterstanden en een kleiner sociaal netwerk. Zonder deze maatregelen komen de humaniteit en legitimiteit van detentie voor ouderen in het gedrang.

Anno 2026 zijn er nog steeds aanwijzingen voor een toename van zowel het aantal als de ernst van delicten gepleegd door ouderen. Deze ontwikkeling hangt samen met de vergrijzing, maar ook met psychische stoornissen, cognitieve achteruitgang en sociale kwetsbaarheid binnen deze groep. Opvallend is dat het steeds vaker gaat om ernstige gewelds- en zedendelicten. Een vergelijkbare vergrijzing is zichtbaar binnen de tbs-sector. De intra- en transmurale tbs-bezetting steeg van 1360 personen in 2016 (53 ouder dan 65 jaar) naar circa 1760 in 2025 (112 ouder dan 65 jaar). Tegelijkertijd sluiten de huidige voorzieningen vaak onvoldoende aan bij de behoeften van oudere tbs-patiënten, die vaker kampen met lichamelijke problemen, cognitieve achteruitgang en een afwijkende behandelvraag (Geurts, 2026). Daarnaast stokt de uitstroom naar passende vervolgvoorzieningen, zoals forensische verpleeghuiszorg en psychogeriatrische zorg. Naar schatting zouden circa 40 tbs-gestelden kunnen doorstromen naar een (forensisch) verpleeghuis wanneer dergelijke voorzieningen beschikbaar zouden zijn (TBS Nederland, 2025). Het ontbreken van deze voorzieningen draagt bij aan een verdere verstopping van het tbs-systeem. Recente cijfers laten zien dat de wachtlijst voor een tbs-plaats inmiddels is opgelopen tot 261 personen, tegenover 45 in 2020. Door de beperkte door- en uitstroom blijven patiënten langer in hoogbeveiligde klinieken dan noodzakelijk, waardoor nieuwe patiënten steeds langer moeten wachten op behandeling (NOS, 2026). Tegen deze achtergrond lijkt Nederland onvoldoende voorbereid op de toenemende vergrijzing binnen zowel de delinquenten- als de tbs-populatie. Het ontbreken van gespecialiseerde forensisch-geriatrische voorzieningen belemmert passende diagnostiek, behandeling en risicomanagement en onderstreept de noodzaak van geïntegreerd beleid en maatwerkvoorzieningen voor deze groeiende doelgroep.

Wij denken dat idealiter een afdeling in de forensische kliniek voor ouderen kleinschalig en prikkelarm moet zijn, met een duidelijke structuur die rust en veiligheid biedt aan patiënten met vaak complexe, leeftijdsgebonden problematiek. De zorg is sterk multidisciplinair, waarbij professionals uit de psychiatrie, psychologie en geriatrie nauw samenwerken, zodat zowel psychische als lichamelijke achteruitgang goed worden opgevangen. Het personeel is specifiek getraind in ouderenzorg en begrijpt de invloed van veroudering op gedrag, ziekte-inzicht en behandelbaarheid met specifieke aandacht voor mediatietherapie. De omgeving is fysiek aangepast, denk aan rolstoeltoegankelijkheid, valpreventie en een huiselijke inrichting om autonomie en waardigheid te behouden. Tegelijk is er forensische expertise voorhanden, die een bijdrage kan leveren aan preventie van delictrecidive en bescherming van de maatschappij.

Met deze speciale editie over forensische ouderenpsychologie vragen we aandacht voor oudere justitiabelen. De bijdragen in deze editie laten zien dat vergrijzing in detentie niet alleen een demografische trend is, maar ook een verschuiving in problematiek: naast klassieke criminogene factoren spelen multimorbiditeit, cognitieve achteruitgang, zorgafhankelijkheid en ethische vraagstukken een steeds grotere rol, waardoor bestaande plaatsings- en interventiemodellen onder druk komen te staan. We hopen dat deze editie inzicht verschaft in een relatief weinig belichte groep ouderen bij wie psychische, somatische en juridische vraagstukken samenkomen en aanknopingspunten biedt voor vroegsignalering van forensisch relevante problematiek, diagnostiek bij mogelijke neurocognitieve stoornissen in een justitiële context en reflectie op passende zorg- en begeleidingsstrategieën. Bovenal beoogt deze editie bij te dragen aan een beter begrip van de specifieke behoeften van oudere justitiabelen en de verbinding tussen de ouderenzorg en het forensische veld te versterken.

 

Referenties

Geurts, S. (2026). Vergrijzing onder tbs'ers: 'Bij dementie heeft behandeling geen zin'. https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2607319.

NOS. (2026, 1 juni). Tbs-systeem verder vastgelopen: doorstroom stokt, wachtlijst loopt op. NOS Nieuws. https://nos.nl/artikel/2616645-tbs-systeem-verder-vastgelopen-doorstroom-stokt-wachtlijst-loopt-op

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. (2022). Vergrijzing in detentie. https://www.rsj.nl/documenten/2022/12/20/advies-vergrijzing-in-detentie

TBS Nederland. (2025). Cijfers en bijzonderheden 2024. TBS Nederland.

Van Alphen, S.P.J., & Oei, T.I. (2008). De toename van 60+criminaliteit in Nederland: een verkenning. Proces, 3, 99-105.

Van Turennout, M., & Van der Heijden, T. (Red.). (2009). Seniorencriminaliteit. Een verkennend onderzoek. Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie.

 

Auteurs

Prof. dr. Bas van Alphen, hoogleraar klinische ouderenpsychologie, Departement Clinical Psychological Science, Faculty of Psychology and Neuroscience, Maastricht University; bijzonder hoogleraar klinische ouderenpsychologie, Vakgroep Psychologie, Vrije Universiteit Brussel; hoofd Topklinisch Centrum voor Ouderen met Persoonlijkheidsstoornissen, Mondriaan Heerlen-Maastricht; hoofdredacteur Tijdschrift voor Ouderenpsychologie.
Marije van Willigenburg, klinisch psycholoog; pro Justitia-rapporteur; gastredacteur van de speciale editie over forensische ouderenpsychologie van het Tijdschrift voor Ouderenpsychologie.